‘Logistieke knooppunten zijn volop in beweging met realisatiepacten’

Wat zijn de lessons learned na iets meer dan twee jaar aan realisatiepacten voor de goederenvervoercorridors Oost Zuidoost en Zuid? Marcel Michon, Managing Partner Buck Consultants International, nam onlangs met 25 vertegenwoordigers, waaronder alle de regisseurs van de knooppunten, de stand van zaken door. ‘Wat mij betreft zijn we volop on the move. Dat is precies wat het is.’

Volgens Michon is de samenwerking bijzonder. ‘Rijk en regio – bedrijven en overheden – werken samen aan multimodale infrastructuur, verduurzaming en economische optimalisatie. De goederenvervoercorridors vormen een netwerk van knooppunten: de logistieke schakels van Nederland.’ Dit unieke model biedt niet alleen economische kansen, maar stimuleert ook innovatie en duurzaamheid in de logistieke sector.

Negen knooppunten als schakels in het netwerk

De negen bovengemiddelde knooppunten in de goederenvervoercorridors zijn Amsterdam, Rotterdam, Moerdijk, Vlissingen-Terneuzen, Tilburg, Tiel, Nijmegen, Venlo en Sittard-Geleen. Elk knooppunt werkt aan een realisatiepact: een gezamenlijk commitment om het knooppunt te ontwikkelen en investeringen te stimuleren. Dit gebeurt in samenwerking met regionale en landelijke overheden, bedrijfsleven en kennisinstellingen.

Met deze aanpak wordt de capaciteit van de Nederlandse logistieke infrastructuur verbeterd, waarbij duurzaamheid en efficiëntie voorop staan. De realisatiepacten helpen om beter gebruik te maken van multimodaal transport, waarbij weg, water, spoor en lucht slimmer worden gecombineerd. Dat verlaagt niet alleen de druk op het wegennet, maar draagt ook bij aan de nationale klimaatdoelen.

Vooruitgang in Tilburg, Venlo en Rotterdam

Van de negen knooppunten bevinden Venlo, Tilburg en Rotterdam zich in de uitvoeringsfase van hun realisatiepact. Elk knooppunt werkt aan gerichte verbeteringen die passen bij hun specifieke rol in de logistieke keten.

Tilburg: Dit knooppunt richt zich op ruimte-efficiënter gebruik van werklocaties. Belangrijke projecten zijn de opwaardering van Sluis II voor betere bereikbaarheid en de ontwikkeling van een trimodale terminal, waardoor goederen makkelijker van weg en water naar spoor kunnen worden overgezet. Daarnaast wordt walstroom ingezet als katalysator voor de energietransitie. Dit draagt bij aan emissiereductie en stimuleert de verduurzaming van logistieke processen.

Venlo: De gemeente werkt samen met ProRail, de provincie en het ministerie aan de herstructurering van het spooremplacement en het havengebied. Het emplacement bedient momenteel vooral het spoorgoederenvervoer, maar er wordt onderzocht of enkele functies efficiënter kunnen worden verdeeld over andere locaties. Ook het havengebied wordt geoptimaliseerd, waarbij de zuidoever een grotere rol gaat spelen in de internationale logistiek.

Rotterdam: Hier worden afspraken gemaakt om het multimodale transport van verse producten te verbeteren. Dit gebeurt via een verscorridor die efficiënter transport van landbouwproducten en levensmiddelen mogelijk maakt. Daarnaast worden initiatieven versterkt om de filedruk te verminderen en logistieke processen te digitaliseren, wat leidt tot efficiëntere goederenstromen en kostenbesparing.

Gezamenlijke aanpak werpt vruchten af

Michon benadrukt dat de samenwerking tussen Rijk en regio essentieel is. ‘Vroeger dienden regio’s wensenlijsten in bij het Rijk. Nu trekken we gezamenlijk op. Dat vraagt tijd, maar zorgt ook voor effectievere oplossingen.’ De pacten bieden volgens hem een extra impuls aan de topcorridorsaanpak en maken integrale benaderingen mogelijk op het gebied van infrastructuur, verduurzaming en digitalisering.

Een van de belangrijkste voordelen is dat plannen niet alleen op lokaal niveau worden ontwikkeld, maar direct worden afgestemd op bredere nationale en internationale logistieke netwerken. Dit zorgt ervoor dat investeringen beter renderen en beleidsdoelstellingen op meerdere niveaus worden bereikt.

Complex, maar effectief

De aanpak bevalt goed, maar kent uitdagingen. ‘Het is stimulerend om samen plannen te ontwikkelen, wat zorgt voor betere afstemming en minder miscommunicatie. Tegelijkertijd blijkt het complex om gebiedsgerichte aanpakken te formuleren, zeker als meerdere ministeries betrokken zijn,’ aldus Michon.

Hoewel veel pacten nog in de procesfase zitten, worden eerste resultaten zichtbaar. Digitaliseringsprojecten zijn in opstartfase en de eerste investeringen worden georganiseerd. ‘Het kost tijd, maar het werkt.’

Een uitdaging blijft de financiering van grootschalige infrastructurele aanpassingen. Sommige projecten vereisen langdurige investeringen, waarbij publieke en private middelen slim gecombineerd moeten worden. Hierin kunnen lessons learned uit andere knooppunten uitkomst bieden.

Afstemming als succesfactor

Michon bundelde de lessen in een document voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. ‘Goede afstemming tussen Rijk en regio is cruciaal. Het Rijk versterkt innovatie en concurrentiekracht, maar heeft regio’s nodig om transitieopgaven te realiseren. Dit is vooral belangrijk bij corridoroverschrijdend vervoer.’

Een voorbeeld is Tilburg, waar samenwerking leidde tot een oplossing voor het Wilhelminakanaal. ‘Door gezamenlijk op te trekken ontstond wederzijds begrip en kwamen betere oplossingen tot stand.’ Dit laat zien dat intensieve samenwerking niet alleen op strategisch niveau van belang is, maar ook direct invloed heeft op concrete verbeteringen in de infrastructuur.

Leren van elkaar

Een andere belangrijke les: haak aan bij landelijke initiatieven. ‘Digitalisering, binnenhavens, spoor- en verslogistiek – bestaande kennis kan knooppunten helpen. Sittard-Geleen excelleert hierin: het knooppunt wist Europese en nationale financieringsmogelijkheden optimaal te benutten.’

Daarnaast kunnen succesvolle projecten als voorbeeld dienen voor andere knooppunten. Er wordt steeds meer gekeken naar hoe innovaties, zoals smart logistics-oplossingen en geavanceerde datamonitoring, in meerdere regio’s toegepast kunnen worden. Dit maakt het mogelijk om met minder middelen grotere impact te creëren.

Alle lessons learned van de knooppunten tot dusver

Corridorkracht als uitgangspunt

Michon besluit: ‘We blijven leren van de knooppunten. Overal spelen dezelfde thema’s: clean energy hubs, modal shifts, digitalisering, de juiste bedrijven op de juiste plek. Wat telt, is de meerwaarde voor de corridors – de corridorkracht. We zijn volop on the move. Dat is precies wat het is.’

  • Logo ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
  • Logo North Sea Port
  • Logo Port of Amsterdam
  • Logo Port of Moerdijk
  • Logo Port of Rotterdam
  • Logo provincie Gelderland
  • Logo provincie Limburg
  • Logo provincie Noord Brabant
  • Logo provincie Noord-Holland
  • Logo provincie Zuid-Holland
  • Logo provincie Zeeland